Pensioen voor ondernemers?

De afkorting ZZP, zelfstandige zonder personeel is al wat langer een gebruikelijke term. Soms wordt er schamper gesproken over zelfstandige zonder pensioen. Al lijkt dat wat negatief, in de meeste gevallen zit er zeker een kern van waarheid in. De meeste werknemers bouwen via hun werkgever bijna ongemerkt een fatsoenlijk pensioen op. Voor zelfstandigen ligt dat vaak anders. Bij de plannen voor de Wet Toekomst Pensioenen (WTP) kwam naar voren dat slechts 10% van de zelfstandigen premies in een lijfrente of bankspaarproduct inlegt. De gemiddelde inleg van deze groep is vier tot vijf procent van de winst, terwijl de gemiddelde premie-inleg van werknemers al gauw drie keer zoveel is! 

Gelukkig is er niet altijd een ‘Zwitserlevenpensioen’ nodig. Op de foto een terras hoog in het Zwitserse Graubünden.

Het is schrijnend dat veel ondernemers afkoersen op een hele magere oudedag. Natuurlijk zijn er ook de nodige uitzonderingen. Als je veel geld erft of als je via voormalige werkgevers al iets moois hebt opgebouwd, hoef je niet veel opzij te leggen. Daarnaast zijn er meerdere manieren om een potje voor later op te bouwen. Zo helpt het aflossen van de hypotheek al enorm om lagere woonlasten te creëren. Ondanks de nodige alternatieven ziet het er naar uit dat de pensioengaten van menig zelfstandige aanzienlijk is. Twee fenomenen dragen hieraan bij; als je jong bent, heb je andere prioriteiten en wil je geld vrijhouden voor bijvoorbeeld  je woning en inrichting. Als je op gevorderde leeftijd bent, kom je er meestal pas achter hoeveel geld je nodig hebt voor een adequaat pensioen en ben je voor een deel al te laat, dat motiveert ook niet altijd om in actie te komen. 

Als belastingadviseur probeer ik ondernemers bewust te maken van hun pensioensituatie en stimuleer ik regelmatig om in actie te komen. In veel gevallen is een riant pensioen niet meer haalbaar, maar een bescheiden pensioen naast de AOW is natuurlijk veel beter dan helemaal geen pensioen.

Zeker als de pensioenrechten nog klein zijn, is opbouw fiscaal aantrekkelijk. De premie voor een bankspaarproduct of lijfrente is aftrekbaar, terwijl de kans groot is dat je later beduidend minder betaalt over de uitkeringen. Een eerste stap is om te kijken wat je tot dusverre hebt opgebouwd, bijvoorbeeld via www.mijnpensioenoverzicht.nl.  Dan kun je kijken hoeveel geld je maandelijks kunt missen. Als dat bedrag erg klein is terwijl een pensioen ook hard nodig is, kan het raadzaam zijn om te kijken hoe je het huidige inkomen beter verdeelt tussen consumptie nu en zorgen voor later.

 

Lange financiële staart van corona

Na ruim 1.000 dagen lijkt de omvang van de coronabesmettingen in Europa wel onder controle, maar op veel gebieden laat het virus nog jaren sporen na. De belastingdienst is ondernemers in verband met de lockdowns en exploitatieproblemen tegemoetgekomen. Dit gebeurde met de mogelijkheid om belastingschulden eerst te bevriezen en later in termijnen terug te betalen. In oktober 2022 moesten de eerste bedragen worden terugbetaald. Hoe staat het hiermee? 

Voorlichting van de belastingdienst over het Corona-uitstel in de Kuip

De aflossingstermijnen zijn ingegaan

Oorspronkelijk hebben 400.000 ondernemers van de uitstelmogelijkheid gebruik gemaakt, maar bij nader inzien werd niet iedereen in dezelfde mate getroffen en konden veel bedrijven alsnog hun schuld betalen. Uiteindelijk bleven 271.000 ondernemers over met een gezamenlijke schuld van 19 miljard euro. Deze ondernemers hebben een beschikking gehad voor welke schulden het uitstel geldt met een specificatie hoe deze schuld in 60 maanden terugbetaald moet worden. Aanvullend hierop komt er elk kwartaal een nieuw schuldoverzicht en per halfjaar ook een overzicht van het bedrag aan invorderingsrente. 

Het uitstel kostte in eerste instantie bijna niets, omdat de invorderingsrente slechts 0,01% bedroeg. In stappen gaat deze rente omhoog van 1% vanaf 1 juli 2022 tot 4% in 2024. Het berekenen van rente is ook een aansporing om schulden zo mogelijk versneld af te lossen. Bij eerdere betalingen blijft het maandbedrag hetzelfde, maar betaal je minder termijnen en voorkom je dat de rente sterk oploopt.

Bij een volledig gebruik van de 60-maandentermijn is de totale rente 8,6% van het bedrag waarvoor uitstel is verleend. 

Een belangrijke voorwaarde voor het uitstel is dat nieuwe verplichtingen, zoals de betaling van loon- en omzetbelasting volledig worden nagekomen. Bij het niet tijdig nakomen van deze verplichtingen wordt de uitstelregeling ingetrokken en worden invorderingsmaatregelen genomen. 

Versoepelingen

Bij financiële problemen kan een betaalpauze worden aangevraagd van drie maanden. Deze pauze kan maar één keer worden aangevraagd en moet in een schriftelijk verzoek worden gemotiveerd. De termijnen die door de pauze ‘gemist’ worden, moeten ingelopen worden door hogere maandbetalingen. Hierdoor blijft de totale terugbetaalperiode nog steeds 60 maanden na oktober 2022. Daarnaast is het mogelijk in plaats van maandaflossingen te kiezen voor kwartaalaflossingen en ook dat moet gemotiveerd worden verzocht. 

De Tweede Kamer heeft de regeling nog wat aangepast, waardoor de vijfjaarstermijn tot zeven jaar kan worden verlengd. Deze verlenging wordt alleen toegekend als sprake is van een levensvatbaar bedrijf dat voldoende geld genereert om af te kunnen blijven lossen. Vanzelfsprekend kost dit uitstel ook weer extra rente.

De energierekening en de vele belastingen

 Plotselinge gebeurtenissen zoals corona en de inval in de Oekraïne leiden wereldwijd tot grote veranderingen en treffen consumenten hard in de portemonnee. Waar de Europese Centrale Bank jarenlang amechtig een gezonde inflatie probeerde aan te wakkeren, kookte de ‘inflatiepan’ razendsnel over. Zeker op het gebied van energie liepen de prijsstijgingen snel op en dan is het nog geen winter!

De Amercentrale in Geertruidenberg gezien vanuit de Biesbosch

 Gas en elektra waren langdurig goedkoop en de overheid kon hier gebruik van maken door energie met meerdere heffingen en BTW te belasten. Nu de marktprijzen torenhoog zijn, wordt de belastingdruk gelukkig wat teruggeschroefd. Hoe zien de heffingen op energie eruit?

Op de afrekening van de energieleverancier betaal je apart voor de levering van energie en de netbeheerkosten, dus voor het transport van stroom en gas. Daarnaast betaal je zowel over stroom als gas de energiebelasting als de opslag duurzame energie. Vervolgens wordt een vermindering energiebelasting van het totaal afgetrokken. Deze vermindering is € 560. Voor een modaal huishouden bedragen de extra heffingen dan ongeveer 400 euro op jaarbasis. Over het verbruik en de heffingen moest tot 1 augustus nog eens 21% BTW worden betaald.

 Maatregelen voor lagere lasten

De broodnodige maatregelen vallen uiteen in maatregelen die voor iedereen gelden en toeslagen voor mensen met een lager inkomen. De algemene maatregelen zijn:

  •        Verlaging van de energiebelasting van iets meer dan 11 cent per Kilowattuur (KWh) naar 4 cent per KWh;

  •    Verhoging van de vermindering energiebelasting van 560 euro naar 785 euro per huishouden;

  •        Verlaging van de BTW van 21% naar 9% voor elektriciteit en gas.

De bovenstaande maatregelen zouden voor een gemiddeld huishouden tot een voordeel van € 545 moeten leiden.

 Tegemoetkoming lagere inkomens

Voor huishoudens met een lager inkomen kunnen een energietoeslag van € 1.300 ontvangen via de gemeente (vaak de Sociale Dienst). Voorwaarde is dat er niet meer dan netto € 1.310,05 per maand wordt verdiend voor een alleenstaande en € 1.871,50 voor ‘samenwoners’. Mensen die al in beeld zijn bij de Sociale Dienst ontvangen deze toeslag automatisch. Andere mensen met een laag inkomen, zoals AOW’ers of zelfstandigen met geen of een heel beperkt aanvullend pensioen moeten zelf in actie komen en de uitkering bij de gemeente aanvragen. Omdat het een gemeentelijke regeling is, kunnen de rechten en voorwaarden van de energietoeslag variëren. Meestal wordt geen vermogenstoets gehanteerd, maar dat hoeft niet overal zo te zijn.


NIEUWSBRIEF

 

Het nieuwe kabinet heeft op belastinggebied uiteenlopende plannen gepresenteerd. Er zitten zowel lastenverlichtingen bij als een iets lagere eerste schijf in de inkomstenbelasting als lastenverzwaringen zoals een lagere algemene heffingskorting en BTW-verhogingen. In deze nieuwsbrief wordt kort ingegaan op de plannen in de inkomstenbelasting. Verder komen verschillende onderwerpen aan bod, zoals pensioenopbouw, de vrijstellingen in de schenkbelasting en de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Speciale aandacht verdient ook het verdwijnen van de BPM-vrijstelling op bedrijfswagens; deze auto’s zullen hierdoor een stuk duurder worden.

Verschillende producten en diensten worden door de BTW-verhoging duurder, zoals Museum Voorlinden in Wassenaar.

Plannen Prinsjesdag 

Een kleine trendbreuk met eerdere belastingplannen is de geplande afname van de algemene heffingskorting en de introductie van een lagere eerste schijf in de inkomstenbelasting. 

Heffingskortingen zijn een korting op de te betalen belasting. In principe wordt over het gehele inkomen belasting geheven, maar doordat iedereen recht heeft op de algemene heffingskorting betaal je over een behoorlijk deel van je inkomen uiteindelijk geen belasting. De algemene heffingskorting was in 2024 nog € 3.362. Dat betekent dat je ruim € 9.000 aan inkomen kunt genieten zonder inkomstenbelasting te betalen. Als je inkomen ook nog arbeidsinkomen (dus inkomsten uit loon, freelance werk of onderneming) betreft, ligt de grens waarboven je belasting betaalt duidelijk hoger. Je hebt dan ook recht hebt op arbeidskorting die kan oplopen tot maar liefst € 5.599. 

Verlaging van de algemene heffingskorting met 294 euro naar € 3.068 in 2025 betekent dat je wat eerder belasting moet betalen. De verlaging van de eerste belastingschijf van 36,97% (voor niet-AOW’ers) naar 35,82% tot een inkomen van € 35.441 zorgt ervoor dat de belastingrekening wat minder snel oploopt. Vanaf een inkomen van 25.565 euro is het voordeel van het lagere belastingtarief in principe hoger dan het verlies van de lagere heffingskorting. 

Voor middeninkomens is het gunstig dat de afbouw van de algemene heffingskorting pas bij een wat hoger inkomen van € 28.408 plaatsvindt. Ook de afbouw van de arbeidskorting begint bij een inkomen dat 3.117 euro hoger ligt dan in 2024 en komt uit op € 43.071. Hoewel het geen grote verschuivingen zijn, probeert het kabinet de marginale belastingdruk (extra belasting per extra verdiende euro) wat te matigen. Dit is vooral van belang voor de lagere middeninkomens. 

Inkomen later vergt op tijd actie

Wanneer het over pensioenen gaat is de belangstelling van veel mensen lauw. Als je jong bent heb je vaak niet zo veel geld en het geld dat je wel hebt gaat op al gauw op aan woonwensen en andere bestedingen. Op gevorderde leeftijd valt het tegen om nog een goed pensioen op te bouwen.

De inleg kan maar kort renderen en daardoor is het veel moeilijker om een serieus bedrag op te bouwen dan bij gestructureerde opbouw vanaf een jongere levensfase. Toch moeten met name zelfstandigen flink aan de bak om boven de AOW nog een aardige pensioenopbouw te realiseren. 

Sommige ondernemers hebben vanuit eerdere dienstverbanden nog wel wat opgebouwd en veel zelfstandigen vertrouwen erop dat hun partner over voldoende pensioen beschikt. Maar niet iedereen blijft bij elkaar en daarnaast liggen ook risico’s als arbeidsongeschiktheid op de loer. Omdat het uitgangspunt voor iedereen weer anders ligt, is het goed om op www.mijnpensioenoverzicht.nl te kijken wat je hebt opgebouwd aan AOW en pensioenen. Daar komt dan nog bij wat je mogelijk via lijfrenten en banksparen hebt opgebouwd. 

Positief is dat binnen de inkomstenbelasting meer mogelijkheden zijn om aftrekbare premies in een pensioenproduct te stoppen. Het gaat dan om opbouw over inkomens vanaf € 17.545 (2024).

Als je (ook) inkomen uit loon hebt, kan de opbouw van de pensioenaanspraken de mogelijke inleg van aftrekbare premies sterk beperken. De maximale inleg is met 30% van de premiegrondslag (grofweg inkomen uit arbeid minus € 17.545) voor veel ondernemers aantrekkelijk. Bij een inkomen van 50.000 euro zou je 30% x € 32.455 (50.000 – 17.545) = € 9.736 kunnen inleggen op een bankspaarrekening of een vergelijkbaar product. 

Zoals andere pensioenopbouw is de uitkering te zijner tijd belast met inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet, maar is de inleg gelijk aftrekbaar. Als je nog geen groot pensioen hebt opgebouwd is de kans heel groot dat je nu meer belasting bespaart dan dat je na uitkering aan belasting en premies moet betalen. 

Uiteraard is een goede planning aan te raden wanneer je wilt investeren in de eigen financiële toekomst. In veel gevallen is in actie komen beter dan de zaak op zijn beloop te laten. Uiteraard kunnen wij daarbij helpen. 

Bestelbussen duurder door afschaffing BPM 

Bij aankoop van een nieuwe auto is de Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) een belangrijk deel van de aanschafprijs. De hoogte van de BPM hangt af van de CO² uitstoot van het voertuig. De heffing van de belasting is relatief onzichtbaar omdat de belasting verschuldigd is bij de inschrijving in het kentekenregister. Doorgaans doet de autodealer of de importeur dat. 

Een belangrijke uitzondering geldt voor ondernemers die onder de BTW-verplichtingen vallen en een bestelbus aanschaffen. Als deze auto voor deze belasting als zakelijk op de balans wordt gezet is in dat geval geen BPM verschuldigd. Dat scheelt bijzonder veel, zoals bij een Ford Transit Custom. De ondernemer in kwestie betaalde in 2022 nog geen € 30.000 exclusief BTW, maar had anders € 14.448 extra moeten betalen aan BPM. Naast vrijstelling voor de BPM hebben ondernemers ook het voordeel van een lager tarief in de motorrijtuigenbelasting. 

Voor 2025 wordt de vrijstelling van BPM helaas beëindigd waardoor je bij koop van een nieuwe bestelbus ook de BPM moet betalen. Zeker voor grote en relatief vervuilende bussen kan dit om aanzienlijke bedragen gaan. De vrijstelling voor volledig elektrische bussen blijft wel bestaan. Een aanvullend voordeel van een elektrische of schone bedrijfswagen is dat je nog steeds welkom bent in de milieuzones die veel steden hebben ingesteld. In 2024 is 11% van de nieuw aangeschafte lichte bedrijfsvoertuigen elektrisch aangedreven.

Tot en met eind 2024 geldt nog de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s. De subsidie bedraagt voor kleine ondernemingen 12% met een maximum van € 5.000 per auto. De aanvraag moet bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland worden gedaan. 

Ook al koop je geen elektrische bestelauto, dan is het nog steeds voordelig om een bestelauto met een lage CO² uitstoot aan te schaffen, omdat de BPM-heffing een stuk lager is dan bij een vervuilender dieselauto. 

Verder is het goed om te weten dat je als ondernemer met een investering in een nieuwe bedrijfswagen in aanmerking komt voor investeringsaftrek van maximaal 28% en bij elektrische bussen voor een deel van de aankoopprijs nog eens 27% milieuinvesteringsaftrek.

Jan-Willem Mennink Jan-Willem Mennink

Grondslagverminderende posten….., wat zegt u?

In de jungle van creatieve belastingheffing heb je niet alleen te maken met het belastingtarief, maar ook met heffingskortingen, aftrekposten en correcties daarop. Hierdoor is het vaak lastig na te gaan wat de gevolgen zijn van extra inkomsten of aftrekposten. In dit stukje komt de tariefsaanpassing bepaalde grondslagverminderende posten aan de orde zoals die in 2021 uitpakt.

Meer lezen
Jan-Willem Mennink Jan-Willem Mennink

STAP maakt plaats voor studeren met aftrek

Zoals vaker bij nieuwe situaties staat niet direct vast wat je nu op moet geven aan inkomsten of aftrekposten bij de aangifte inkomstenbelasting. wat betekent dat voor u?

Meer lezen
Jan-Willem Mennink Jan-Willem Mennink

Belastingen gaan mee op vakantie

De overheid springt flink bij om de financiële gevolgen van de coronacrisis draaglijker te maken. Wat betekent dat voor u?

Meer lezen