Mennink's Belastingadvies

  Euro
 
 

NIEUWSBRIEF  


Voor deze nieuwsbrief is er meer dan genoeg om over te schrijven. Een belangrijke plek is ingeruimd voor de dividendbelasting. Normaal gesproken heeft u er weinig mee te maken, maar zelden was de afschaffing van een belasting zo’n beladen onderwerp. Waar u zeker wel wat van gaat merken is de verhoging van het lage BTW-tarief van 6 naar 9%. Ook wordt vooruitgekeken naar volgend jaar en verder, want het Belastingplan 2019 bevat veel fiscale wijzigingen.  

Muurbloempje zorgt voor grote politieke spanningen    

De belastingplannen van het kabinet worden al maanden overschaduwd door de commotie over de dividendbelasting. Normaal gesproken wordt een afschaffing van een belasting met enthousiasme begroet, maar bij de dividendbelasting ligt het anders. Tijd voor enige toelichting.

De meeste mensen komen nooit in aanraking met de dividendbelasting, dat is  anders als u direct belegt in aandelen of eigenaar bent van een BV. Wat is dividend eigenlijk? Dividend is een uitkering – meestal uit de winst – van een bedrijf waar u aandelen van heeft of anderszins een belang in heeft. Als u van uw werkgever een extra bedrag ontvangt is dat geen dividend, maar een bonus of een andere bijzondere beloning.  

Het bedrijf dat dividend uitbetaalt moet hierop 15% dividendbelasting inhouden. Voor inwoners van Nederland is dat geen punt, want de betaalde dividendbelasting komt in mindering op de inkomstenbelasting. Bij eigenaren van een BV met ten minste 5% aandelenbezit worden dividenden in box 2 momenteel belast met 25%, maar dat wordt vanaf 2020 meer. Doordat bij de uitkering al 15% is ingehouden, hoeft er nu nog maar over 10% van de dividenduitkering bijbetaald te worden.

   huisjeswebgroot.jpg

 Vooral Britse beleggers moeten profiteren van de afschaffing van de dividendbelasting. Op de foto straatje in Wells in het Britse graafschap Somerset.  

Beleggers die (beursgenoteerde) aandelen hebben, worden doorgaans in box 3 belast tegen een fictief rendement dat mede afhankelijk is van de omvang van het vermogen. De ontvangen dividenden zijn verder niet belast, maar ook deze beleggers kunnen de betaalde dividendbelasting aftrekken van hun belastingclaim. Het is zelfs zo dat je in een aparte rubriek de dividendbelasting kunt aftrekken die je over buitenlandse aandelen betaalt! Wel kun je maximaal maar rekening houden met 15% belastingverrekening. Als je bijvoorbeeld Belgische dividenden ontvangt waarop 30% dividendbelasting is ingehouden, kun je toch maar 15% verrekenen in Nederland.  

Buitenlandse beleggers die Nederlandse aandelen hebben, kunnen de Nederlandse dividendbelasting ook terughalen bij de belastingdienst waar zij gevestigd zijn. De pijn zit vooral in landen waar geen dividendbelasting bestaat en waar elders betaalde dividendbelasting niet verrekend kan worden. Dit doet zich vooral in Groot-Brittannië voor. Hierdoor hebben Nederlandse bedrijven met veel Britse aandeelhouders een belang bij afschaffing van de dividendbelasting.  

Overigens heeft afschaffing van de dividendbelasting voor sommige partijen negatieve uitwerkingen. In Nederland vallen veel beleggingsfondsen onder de regeling van de fiscale beleggingsinstelling. Deze fondsen hoeven dan geen vennootschapsbelasting te betalen, omdat de bedrijven waarin zij beleggen al zelf vennootschapsbelasting betalen. Fiscale beleggingsinstellingen maken gebruik van de mogelijkheid om buitenlandse dividendbelasting te kunnen verrekenen met de af te dragen Nederlandse dividendbelasting. Hierdoor lijden beleggers zo min mogelijk nadeel. De afschaffing van de dividendbelasting is dan ongunstig door de minder goed verrekenbare buitenlandse belasting.  

De dividendbelasting leverde volgens het Rijksjaarverslag maar zo’n 2% van alle belastinginkomsten op en het verlies aan inkomsten ligt een stuk lager, al gaat het nog steeds om wellicht 2 miljard euro. Toch knap dat zo’n muurbloempje op zoveel aandacht kan rekenen!  

Kleine plusjes voor de koopkracht  

Zoals u verderop kunt lezen, gaat het lage BTW-tarief omhoog. Dat geldt ook voor de energiebelasting en de zorgpremies. Lagere tarieven in de inkomstenbelasting en hogere heffingskortingen moeten toch leiden tot meer koopkracht.

In het oog springend is de verlaging van het tarief in de tweede en derde schijf (inkomens van 20.384 tot 68.507 euro) met 2,75%. Hierdoor daalt het tarief in beide schijven van 40,85% naar 38,10%. De tarieven van de eerste schijf en de hoogste schijf blijven nagenoeg gelijk. Voor AOW-gerechtigden ligt het iets anders, maar ook daar dalen de tarieven.  

Even bepalend voor de koopkracht zijn de heffingskortingen; dat is het bedrag dat je korting krijgt op de te betalen belasting. Positief is dat de maximale algemene heffingskorting 184 euro hoger wordt en de arbeidskorting 111 euro meer voordeel biedt.

Omdat bij stijgende inkomens deze heffingskortingen weer lager uitvallen, zegt dat zeker niet alles. De afbouw van de arbeidskorting voor inkomens boven de 33.112 euro stijgt in 2019 van 3,6% naar 6%. Gecombineerd met de afbouw van de algemene heffingskorting voor inkomens boven de 20.384 euro loopt de lastendruk door dalende heffingskortingen op tot 10,683%. Om de reële lastendruk te weten moet je voor een groot deel van de inkomens het tarief van meestal 38,1% nog verhogen met de lagere heffingskortingen van 10,683% = 48,783%. Voor echte koopkrachtverbetering is een hoger loon of meer winst een betere garantie.    

Duurdere boodschappen en compensatie  

Deze Prinsjesdag heeft het kabinet besloten dat het lage BTW-tarief wordt verhoogd van 6 naar 9%. Ondanks een diverse lobby tegen dit plan moet u rekening houden met duurdere boodschappen. Wel is er in de inkomstenbelasting rekening gehouden met lagere tarieven, zodat dit voordeel de extra lasten moet compenseren.  

De BTW (officieel Omzetbelasting) wordt geheven over de aankoop van goederen en diensten. Het reguliere tarief is 21%, maar voor een groot aantal vooral eerste levensbehoeften geldt nu een tarief van 6%. De meeste goederen in de supermarkt zijn belast met dit lage tarief, maar het geldt ook voor de waterrekening, diensten van kappers en fietsenmakers en bijvoorbeeld concertkaartjes. Soms wordt er helemaal geen BTW geheven, zoals bij huur, verzekeringspremies, de meeste zorgkosten en onderwijs.  

Als u per week 100 euro uitgeeft aan boodschappen en stel dat voor 80% het lage tarief geldt, dan betaalt u 4,52 aan lage BTW. In 2019 zou dat dan 6,61 worden. Per jaar zou de schade dan 108,68 zijn. Als u verder nog voor 2.500 euro aan kosten met laag belaste BTW uitgeeft, zoals water, de kapper, restaurants etc. dan loopt het koopkrachtverlies in dit voorbeeld met 72,82 op tot 181,50 per jaar. Uiteraard is elke situatie anders en zal het sterk van uw bestedingen afhangen. Overigens zal niet elke ondernemer de BTW-verhoging volledig doorberekenen, maar gezien de goede economische tijden zal dat meestal wel gebeuren.

 

 giraffewebgroot.jpg

  Onder het lage tarief vallen zeer uiteenlopende diensten, zoals het bezoek aan een circus. Op de foto het transport van een giraffe door een circus in Frankrijk.   

Als u ondernemer bent, moet u vanaf 1 januari rekening houden met de nieuwe BTW-regels. Rekeningen voor bijvoorbeeld schoonmaakdiensten moeten dan verhoogd worden naar 9% BTW. Mocht u al een vooruitbetaling hebben ontvangen in 2018 voor te leveren diensten of goederen in 2019 dan mag nog rekening worden gehouden met het huidige tarief van 6%.  

Er zit nog meer in het vat  

Op Prinsjesdag wordt niet alleen vooruitgekeken naar het komende jaar, het belastingplan voorziet ook in plannen voor de iets langere termijn. Omdat sommige plannen behoorlijke gevolgen kunnen hebben alvast een korte vooruitblik.  

Belastingdruk voor BV’s verschuift

Vanaf 2019 gaan de tarieven in de vennootschapsbelasting omlaag. Het lage tarief voor winsten tot 200.000 euro daalt dan van 20% naar 19% en het tarief boven de twee ton gaat van 25% naar 24,3%. Daarna dalen de tarieven door naar respectievelijk 16% en 22,25% in 2021. De winstbelasting daalt daarmee behoorlijk, maar het tarief voor dividenden en andere voordelen uit de BV stijgt juist. Momenteel is de belastingdruk op inkomsten uit aanmerkelijk belang in de inkomstenbelasting (bij ten minste 5% bezit van aandelen in een BV) nog 25%, maar dat gaat omhoog naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021. Winst behalen wordt dus gunstiger, maar de uitkering uit de BV wordt prijziger.  

Aftrekposten gaan minder opleveren

Momenteel kunt u aftrekposten nog te gelde maken tegen het hoogste voor u geldende tarief. Een belangrijke uitzondering is de eigen woning waarop in 2019 nog maximaal 49% aftrek mogelijk is in plaats van het hoogste tarief van 51,75%. De afbouw van de maximale aftrek gaat vanaf 2020 in stappen van 3% in plaats van 0,50% voor de eigen woning nu. Het doel is dat vanaf 2023 aftrek maximaal mogelijk is tegen een tarief van nog maar 37,05%.  

Vanaf 2021 nog maar twee schijven in de inkomstenbelasting

Momenteel zijn er vier schijven in de inkomstenbelasting, waarbij de tweede en derde schijf qua hoogte al gelijk zijn getrokken. Vanaf 2021 is het tarief in de eerste schijf tot 68.507 euro 37,05% en daarboven geldt een heffing van 49,5% (voor AOW-ers blijven er drie schijven). De uiteindelijke belastingdruk zal zoals nu ook voor een belangrijk deel worden bepaald door de op- en afbouw van de heffingskortingen.

Oude documenten komen vaak goed van pas  

Vrijwel iedereen heeft te maken met het beheer van oude documenten. Het is vaak lastig te bepalen wat je moet bewaren en wat weggedaan kan worden. Maar ook de keuze voor het bewaren van papieren documenten of digitale informatie is geen eenvoudige opgave. Extra actueel is deze kwestie nu je voor een hypotheek vaak documenten uit 2012 moet kunnen overleggen.

Vanaf 2013 is het voor starters op de woningmarkt verplicht een hypotheek te nemen waarbij je vanaf de eerste betaling al aflost. Voor mensen die op 31 december 2012 al een hypotheek hadden bleven de oude regels gelden. Zo kan deze ‘oude groep’ huiseigenaren nog steeds de rente voor een gunstiger spaarhypotheek of zelfs een aflossingsvrije hypotheek aftrekken. Bij een verhuizing of het oversluiten van de hypotheek moet je dan wel kunnen aantonen dat je eind 2012 al een hypotheek had en hoe groot de hoofdsom was.  

Regelmatig ontvangen we van klanten de vraag of we deze documenten voorhanden hebben. Vaak is het mogelijk de betreffende aangiften nogmaals te leveren, maar uiteraard is het nog beter als u zelf de juiste documenten beschikbaar hebt. Hoewel de wettelijke bewaartermijn ‘maar’ vijf jaar is, is het aan te raden om de aangiften inkomstenbelasting en de betreffende definitieve aanslagen langer te bewaren. Andere belastingpost, zoals voorlopige aanslagen en mededelingen over de verwerking van betalingen en aanmaningen over eerdere jaren kunnen meestal zonder problemen worden weggegooid.  

De komende jaren zullen nog veel mensen bij hypotheekbemiddeling naar oude aanslagen en aangiften worden gevraagd. Dan is het een goed idee om zelf de dossiervorming al op orde te hebben. Natuurlijk hoeft niet alles op papier, maar als je gebruik maakte van oudere gegevensdragers zoals een CD-Rom is het een goed idee om dat tijdig over te zetten naar een makkelijk toegankelijk en veilig digitaal onderdak.