Mennink's Belastingadvies

  Euro
 
 


NIEUWSBRIEF


Deze nieuwsbrief belicht uiteenlopende onderwerpen van ‘boxhoppen’ tot banksparen. Normaal zouden enkele onderwerpen over Prinsjesdag de moeite waard zijn, maar door de kabinetswisseling is er weinig inhoudelijk nieuws. De tarieven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting zijn zoals elk jaar geïndexeerd. Zo stijgt de ouderenkorting voor ‘lage inkomens’ van € 1.292 naar € 1.418 volgend jaar. De scheidende regering probeert hiermee voor iedereen een positief koopkrachtplaatje te realiseren. Het belastingplan is verder vooral gevuld met zogenaamde reparatiewetgeving en andere noodzakelijke aanpassingen. Voor deze nieuwsbrief ligt het zwaartepunt op algemenere en meer aansprekende onderwerpen.

 

 wasmachinesgroot.jpg

 

 Een gunstiger route kiezen om minder belasting te betalen is meestal in orde. Zwart geld of witwassen is natuurlijk niet goed. Op de foto de wasinstallatie van tankstation Avia.

 

Boxhoppen kan soms uitkomst bieden

Sinds de inkomstenbelasting inkomens verdeelt in drie boxen, kan het soms interessant zijn om inkomen in een ‘ongunstige’ box over te brengen naar een box met een voordeliger tarief. Dat geldt helemaal als je gebruik kunt maken van vrijstellingen. Allereerst enige algemene informatie over de boxenstructuur.

Indeling boxen inkomstenbelasting

Box 1 Inkomen uit Werk en woning; vooral loon, winst, uitkeringen en aftrek eigen woning;

Box 2 Inkomen uit aanmerkelijk belang; deze box is alleen van belang als u ten minste een 5%-belang in bijvoorbeeld een BV heeft;

Box 3 Inkomen uit sparen en beleggen; dit gaat vooral om geld dat op spaarrekeningen staat, belegd is of ander onroerend goed dan de eigen woning.

De meeste mensen hebben alleen inkomen in box 1, maar een flinke groep heeft ook inkomen in box 3. Een kleiner gezelschap met een BV heeft doorgaans inkomen in alle drie de boxen. Ook binnen boxen kan soms voordeel worden behaald, bijvoorbeeld als je zowel ondernemersinkomen hebt als andere inkomsten in box 1.

Door de bijzonder lage rente is het onaantrekkelijk om in box 3 de relatief hoge rendementsheffing te betalen. Los van de vrijstelling van € 25.000 per persoon is de belasting duidelijk hoger dan de mogelijke renteopbrengsten. Beleggers in aandelen of vastgoed halen meestal een beter rendement dan spaarders, maar niet bij iedereen past een riskantere strategie. Als je naast een goed gevulde spaarrekening een hypotheekschuld hebt, kan het interessant zijn om binnen de toegestane grenzen af te lossen. De besparing in box 3 is meestal aanzienlijk groter dan het nadeel in box 1 van een lagere renteaftrek.

Ondernemers hebben ook mogelijkheden de lastendruk in box 3 te verlagen. Omdat box 3 maar één peildatum kent, is het voordelig om grote opnamen uit het bedrijf pas na 1 januari te doen. Vermogen in de onderneming wordt slechts belast voor zover je rente ontvangt, maar met een rente van 0,1% op bijvoorbeeld de zakelijke spaarrekening van ING is die belasting te verwaarlozen.

Voor eigenaren van een BV zijn de mogelijkheden het grootst. Los van het verplichte loon in box 1 bepalen zij grotendeels zelf of en in hoeverre zij inkomen in box 2 genieten. Hierbij is inkomen in box 2 met meestal een belastingdruk van 40% weer gunstiger dan een hoger looninkomen tegen het maximum van 52% in box 1. Daarnaast kan het verstandig zijn geld op spaarrekeningen in de BV te houden, omdat ook hier de belastingdruk lager uitkomt dan datzelfde geld op een rekening in box drie.

Ook als je geen grote vermogens hebt, kan het schelen om het inkomen verstandig te beheren. Zo geldt voor bijvoorbeeld de zorgtoeslag een maximaal vermogen van € 82.752. Door onder die grens te blijven, kan een aanzienlijk voordeel worden behaald.

Niet in alle gevallen is ‘boxhoppen’ mogelijk en niet voor iedereen is het relevant, maar het loont de moeite je hiervan bewust te zijn en tijdig in actie te komen. Overigens gelden al enige maatregelen tegen misbruik.  Zo wordt het wegsluizen van grote sommen naar een onderneming en het relatief kort daarop na 1 januari weer opnemen als misbruik bestempeld. En kort voor de jaarwisseling je geld opnemen en onder het bed verstoppen? Ook die weg is niet aan te raden. Los van de risico’s van diefstal telt contant geld even hard mee in de aangifte als gewoon spaargeld.

Zakelijke bestelauto goed op weg

Op onze wegen rijden talloze bestelauto’s. Veel ondernemers hebben er één en bij bouw-, onderhouds- en klusbedrijven behoort zo’n auto tot de standaarduitrusting. Omdat de auto’s vooral zakelijk gebruikt worden, ligt het voor de hand de auto ‘op de zaak te zetten’. Toch zitten hier ook nadelen aan vast, vooral waar het gaat om de bijtelling voor privégebruik. Deze bijtelling geldt ook voor bedrijfswagens en kan alleen worden vermeden door een gedetailleerde administratie waaruit blijkt dat je minder dan 500 kilometer privé hebt gereden. De belastingdienst handhaaft deze regel strikt en het is lastig de inspecteur te overtuigen van een lager privégebruik dan 500 kilometer.

De bijtelling was tot en met 2016 meestal 25%, maar ligt nu voor nieuwe auto’s op 22%. Als je behoorlijk wat privé rijdt, is dat geen probleem en zeker bij een vrijwel nieuwe bus heb je ook de nodige afschrijvingen. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de bijtelling plaatsvindt op basis van de cataloguswaarde en die is doorgaans hoger dan de betaalde prijs, omdat de bijtelling ook wordt berekend over de BPM (Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen) en de BTW. Als je daarentegen in een tweedehands auto rijdt, dan zijn de kosten door afschrijvingen lager, maar betaal je nog steeds over de catalogusprijs de bijtelling.

Vaak is het daarom beter de auto voor de inkomstenbelasting niet zakelijk te nemen. Aftrek van kosten vindt dan plaats door het aantal zakelijke kilometers met 19 cent te vermenigvuldigen. De lagere aftrek op kilometerbasis wordt meestal meer dan goedgemaakt door het ontbreken van de bijtelling.

Vaak wel zakelijk voor de BTW

Ook al wordt de (bestel)auto niet op de balans gezet, voor de BTW kan de auto wel als zakelijk worden bestempeld. Dit is van belang voor de ‘grijskentekenregeling’. Als u voor uw auto BTW-ondernemer bent, wordt geen BPM geheven bij de aankoop van de bedrijfswagen. Doorgaans is dit een groot voordeel. Andere pluspunten zijn het direct terug kunnen vragen van de aankoop-BTW en de op de kosten drukkende BTW-bedragen. Denk hierbij aan garagerekeningen en brandstof.

Tegenover deze voordelen staat wel een BTW-bijtelling. Deze is in principe naar rato van het privégebruik, maar doorgaans geldt een praktische regeling waarbij 2,7% van de cataloguswaarde aan BTW wordt geheven voor het privégebruik. Over het algemeen is de waarde van de voordelen duidelijk hoger dan het BTW-forfait van 2,7%. Hierdoor gebeurt het regelmatig dat ondernemers het advies krijgen om voor de inkomstenbelasting de auto als privé te beschouwen, maar voor de BTW wel als zakelijk op te voeren.

Dit stukje behandelt de algemene situaties, maar er zijn soms nog meer factoren van belang voordat een goede keuze is gemaakt; denk aan toepassing van de investeringsaftrek of de situatie dat de auto al ouder is dan vijftien jaar (beperkte bijtelling) dan wel elektrische auto’s (geen bijtelling).

 

De deelnemingsvrijstelling maakt Nederland aantrekkelijk

Eén van de bijzonderheden van het Nederlandse belastingstelsel is de deelnemingsvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat als je BV een zeker belang in een andere vennootschap hebt de winst van deze andere vennootschap niet nog eens belast wordt.

Rechtspersonen zoals BV’s worden meestal belast in de vennootschapsbelasting. Deze belasting kent een tarief van 20 tot 25% en functioneert als een soort inkomstenbelasting voor rechtspersonen. Heel vaak komt het voor dat een BV als holding functioneert en de aandelen van één of meer BV’s houdt. Zonder de deelnemingsvrijstelling zou dezelfde winst bij twee of meer BV’s worden belast. Overigens werkt het ook de andere kant op; verliezen zijn ook vrijgesteld en leiden dus niet tot aftrek.

Voorwaarde voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling is een belang van ten minste 5% in een andere vennootschap. Bovendien moet deze vennootschap over haar winsten voldoende belasting betalen. Dat is vooral van belang bij aandelenbezittingen in het buitenland. Zo geldt de deelnemingsvrijstelling niet als in het buitenland geen belasting wordt geheven of een bijzonder laag tarief van toepassing is.

  garagehoudergroot.jpg

Fiat Chrysler heeft belastingvoordeel van de Nederlandse hoofdvestiging. Er worden geen auto’s in Nederland gemaakt, maar natuurlijk wel verkocht. Op de foto dhr. L. Pothof van Fiatgarage Zeeuw.

Veel buitenlandse bedrijven maken gebruik van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling. In combinatie met de Nederlandse belastingverdragen met bijna de hele wereld is fiscaal maatwerk mogelijk.  Zo is het Italiaans-Amerikaanse concern Fiat Chrysler officieel gevestigd in Amsterdam. Nederland ligt internationaal wel onder vuur omdat onder andere via de deelnemingsvrijstelling uiteindelijk minder belasting wordt betaald dan het geval zou zijn bij vestiging in een ander land. In veruit de meeste (binnenlandse) situaties is geen sprake van mogelijk misbruik en vormt de deelnemingsvrijstelling een goede fiscale regeling.

Een knelpunt is soms wel dat binnen de holding weinig gebeurt en verlies wordt geleden, terwijl de winsten van de onderliggende bedrijven door de deelnemingsvrijstelling niet met elkaar verrekend kunnen worden. Soms kan dit worden opgelost door het aangaan van een fiscale eenheid, maar ook daar zitten de nodige haken en ogen aan, zoals een grotere aansprakelijkheid van de holding.

Banksparen nog eens belicht

Het pensioen is bepaald geen populair onderwerp als je nog niet de ‘middelbare leeftijd’ hebt bereikt. Toch is het goed om hier regelmatig bij stil te staan. Juist als je nog relatief jong bent kun je nog actie ondernemen.

Over de hele linie zijn pensioenen versoberd en het aantal mensen zonder een pensioenregeling is sterk gestegen, denk maar aan zelfstandigen of werknemers waarvan hun werkgever niet is aangesloten bij een pensioenfonds. Soms is dat geen probleem, bijvoorbeeld voor mensen die een redelijk vermogen hebben opgebouwd of hebben geërfd. Ook is het goed te weten dat de AOW in combinatie met de toeslagen voldoende is om niet in armoede te hoeven leven.

Natuurlijk is het wel fijn om meer financiële ruimte te hebben. Vroeger boden lijfrentepolissen hiervoor een oplossing, maar door de kosten en de lage rente zijn deze producten uit de gratie geraakt. Een goed alternatief kan banksparen zijn. Bij deze manier van sparen leg je geld in op een geblokkeerde rekening. De uitkering komt pas na de pensioendatum in termijnen of bij eerder overlijden. Vooral bij mensen die weinig pensioen opbouwen is de inleg aftrekbaar van het belastbaar inkomen. Hierdoor betaal je minder belasting en kun je soms meer toeslagen krijgen. De belastingheffing vindt plaats bij de uitkering, maar meestal is het belastingtarief dan lager dan het percentage van de aftrek. Een aanvullend voordeel is dat het opgebouwde saldo niet meetelt in box 3. Dit is vooral een voordeel als de vrijstelling van 25.000 euro per persoon al is gebruikt.

Nadelen van banksparen zijn dat je niet bij het geld kunt (net als bij pensioenen) en dat het openen van een bankspaarrekening ook wat geld kost. Verder is de rente zo laag dat de opbouw van de bankspaarpot vooral uit de inleg bestaat en voor een beperkt deel uit ontvangen rente. Wel ligt de rente bij een bankspaarrekening doorgaans hoger dan bij een reguliere spaarrekening. Daarnaast bieden sommige banken ook een beleggingsvariant van banksparen aan, zodat mogelijk geprofiteerd wordt van hogere beleggingsopbrengsten.

De websites van de verschillende banken bieden de nodige informatie hierover. Bij de Rabobank heet het product toekomstsparen of toekomstbeleggen. Bij ABN Amro wordt het pensioenaanvulling genoemd, bij ING pensioensparen en bij SNS lijfrentesparen. Uiteraard kan Mennink’s belastingadvies ook adviseren of een dergelijk product wel in uw belang is en met welke gevolgen u rekening moet houden.

Vrijwillig snel belasting betalen?

De belasting eerder betalen dan noodzakelijk klinkt niet logisch. Toch zijn er situaties waarin het verstandig is om sneller een aanslag te ontvangen en te betalen. Als je afgelopen jaren steeds fors moest bijbetalen of juist over dit jaar een extra hoge aanslag verwacht, kun je daar geld voor reserveren. Het nadeel hiervan is dat je niet precies weet wat er op je afkomt en dat je het voor de rente niet hoeft te doen.

Zeker als je belasting in box 3 betaalt, kan er zelfs geld worden bespaard. Als je ruim voor de jaarwisseling een (voorlopige) aanslag aanvraagt en betaalt, telt het geld dat daarmee is gemoeid niet mee voor box 3. Dit voordeel zal meestal enkele tientjes tot honderden euro’s kunnen schelen. Daarnaast kan met een goede inschatting worden voorkomen dat later aanzienlijke bedragen betaald moeten worden, terwijl daar eerder onvoldoende rekening mee is gehouden. Ten slotte wordt bij voorlopige aanslagen over het lopende jaar een kleine betalingskorting verleend.

Ook snel aangifte doen na het belastingjaar wordt beloond. Als een aanslag wordt opgelegd binnen zes maanden na het belastingjaar, wordt geen rente in rekening gebracht. Daarna wordt over de periode na 1 juli belastingrente in rekening gebracht. Dit percentage is met 4% relatief hoog. Voor de vennootschapsbelasting moet dan zelfs 8% rente worden betaald.